Nieuwe recensies

bericht nieuwe recensies134
Anoniem, Gezicht op mej. W.A.H. Crol die restanten van kunstwerken (beelden) onderzoekt op de binnenplaats van Museum Boijmans, 1940. Bron Stadsarchief Rotterdam.

Het vierde nummer van 2018 bevat een nieuw soort recensie.  Martijn Eickhoff en Hinke Piersma schreven voor Tijdschrift voor Geschiedenirecensies over de tentoonstelling Boijmans in de oorlog en de daarbij verschenen boeken van Ariëtte Dekker en Wessel Krul over Museum Boijmans Van Beuningen in de Tweede Wereldoorlog. 

Vindt nog meer recensies over boeken binnen uw interessegebied hier…

Advertenties

Nummer 131.4

cover134.4.jpegHet vierde nummer van 2018 bevat bijdragen over de Amerikaanse wortels van de ‘Nederlandse Zwarte Piet’, de rol van koningin Wilhelmina in de komst van de Duitse keizer Wilhelm II in november 1918 en de Kerstvloed van 1717, de enige overstromingsramp in de geschiedenis van West-Europa die het leven kostte aan 10.000 mensen.

Daarnaast treden Susan Hogervorst, Tim Huijgen, Marloes Hülsken en Norah Karrouche met elkaar in discussie over de mogelijkheden van oral history in het geschiedenisonderwijs.

Lees verder…

Nummer 131.3: Nederlands wereldrijk

The Dutch empire fulfilled the goals, interests and necessities of the central state, of the local elites and of the common man. This thematic issue of Tijdschrift voor Geschiedenis goes beyond traditional views of the Empire as a ‘trading enterprise’, and argues that the Dutch empire, like all other empires, was a territorially expanding state that faced challenges regarding sovereignty, subjection and belonging across the globe.

Lees verder…

Zwarte Piet en de blackfacetraditie

Afbeelding boven: een advertentie voor de Lantum Negerzangers van Amerika, een Britse blackface-act die in 1847 Nederland aandeed. Enkele jaren na het bezoek van deze blackface-act ontstond de zwarte piet zoals we die nog altijd kennen.
Advertentie uit de Nieuwe Rotterdamse Courant, 12 augustus 1847

‘Nederlandse Zwarte Piet’ heeft Amerikaanse wortels

Nieuw onderzoek van historica Lise Koning toont aan dat de Nederlandse Zwarte Piet is gebaseerd op Amerikaanse voorbeelden

De veronderstelling dat Zwarte Piet een uniek Nederlands fenomeen is, blijkt niet te kloppen. Historica Lise Koning toont in een artikel in het aankomende nummer van Tijdschrift voor Geschiedenis voor het eerst aan hoe het hulpje van Sinterklaas is gemodelleerd naar populaire Amerikaanse en Britse blackface-optredens uit de negentiende eeuw.

Blackface, het zwartmaken van een gezicht om een karikatuur van een zwart persoon uit te beelden, ontstond rond de jaren 1820 in de Verenigde Staten. Vlak nadat blackface ook in Nederland aanslaat, introduceert de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman in het prentenboek Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) het personage Zwarte Piet. Deze ‘knecht’ van Sinterklaas lijkt sterk geïnspireerd op het Amerikaanse blackface-karakter. Vanaf nu draagt Zwarte Piet verfijnde maar karikaturale kleding, veroorzaakt hij komisch bedoelde taferelen, en is zo een voorbeeld van anti-emancipatoire humor. De Nederlandse Zwarte Piet maakt daarmee onderdeel uit van een internationale traditie waarin een stereotype beeld van zwarte mensen wordt neergezet.

Lise Koning (1989) is als medewerker Educatie en evenementen verbonden aan het Noord-Hollands Archief en in 2018 verkozen tot Jonge Historicus van het Jaar. Tevens won zij de Publieksprijs Jonge Archivaris van het Jaar. In het nieuwste nummer van Tijdschrift voor Geschiedenis schrijft Koning over de internationale invloed op de Nederlandse Zwarte Piet-traditie.

Het artikel is verschenen in nummer 131.3 van Tijdschrift voor Geschiedenis, maar is hier online te lezen.

Nieuw licht op de komst van de Keizer

Persbericht_De Graaf

Afbeelding: keizer Wilhelm II met koningin Wilhelmina en prins Hendrik in een open galarijtuig op de Dam tijdens een bezoek van de keizer in december 1907.
Foto van B. Groote & Co, collectie Stadsarchief Amsterdam

Exclusieve voorpublicatie

Op basis van uitgebreid bronnenonderzoek in binnen- en buitenland laat Beatrice de Graaf in een nieuw artikel zien dat de Nederlandse regering en koningin Wilhelmina wel degelijk een rol speelden in de komst van Duitse keizer Wilhelm II in november 1918.

Terwijl het Duitse leger aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn definitieve nederlaag leed en Duitsland in een staat van revolutie verkeerde, vluchtte keizer Wilhelm II vanuit zijn hoofdkwartier in Spa naar het neutrale Nederland. Vroeg in de ochtend van 10 november 1918 – precies honderd jaar geleden – arriveerde hij met zijn gevolg in het Limburgse grensplaatsje Eijsden. De Nederlandse regering en koningin Wilhelmina II stelden volledig verrast te zijn door zijn komst, maar accepteerden zijn asiel als een voldongen feit. Tot aan zijn dood in 1941 woonde Wilhelm II in Nederland, eerst in Amerongen, later in Huis Doorn.
Op basis van nieuw archiefonderzoek in binnen- en buitenland houdt hoogleraar Beatrice de Graaf dit verhaal kritisch tegen het licht in een nieuw artikel in Tijdschrift voor Geschiedenis. In ‘Vorstin op vredespad. Wilhelm II en Wilhelmina en het einde van de Eerste Wereldoorlog’ schenkt zij aandacht aan de dynastieke relaties tussen keizer Wilhelm en koningin Wilhelmina – zij waren achterneef en -nicht – en aan de diplomatieke ontwikkelingen tussen Duitsland en Nederland in de zomer van 1918, stelt De Graaf dat de komst van de keizer minder als een verrassing kwam dan lang is gedacht.

Het artikel verschijn in nummer 131.4 van het Tijdschrift van Geschiedenis hier al online te lezen.